Uitje voor chartergasten: de jutsafari
Voor een safari hoef je niet naar Afrika. Ook in de natuurgebieden van Terschelling is genoeg te zien en beleven. ,,En als je er zo van geniet, mag je er toch ook best iets voor terugdoen?’’
Enthousiast vertelt Maarten Sjoers (38) over de natuur op Terschelling. ,,Ik kan er uren over praten’’, zegt hij, leunend in de stoel van zijn elektrische golfkarretje, waarmee hij door het duingebied rijdt. ,,Ik heb er een vergunning voor.’’ […] Sjoers organiseert en begeleidt zogenaamde ecosafari’s op het eiland, waarin hij alles over de rijke waddennatuur vertelt.
In een tweede wagentje zit Vincent Kooijman achter het stuur. De 35-jarige eilander heeft dit jaar de krachten gebundeld met Sjoers, die al sinds 2016 met zijn stille voertuigen de natuurgebieden in mag. Kooijman bestiert de Jutfabriek en organiseert jutsafari’s in de duinen en op het strand.
Al dertig jaar lang kun je hem niet blijer maken dan met het zwerven over de stranden op zoek naar aangespoelde waar. Als kind kwam hij al thuis met zakken vol spullen. Later begon hij te knutselen met de gevonden spullen. In aangespoelde kunststof boeitjes ziet hij lampjes en een lege jerrycan is zoveel meer dan een lege jerrycan.
Spreek met hem niet over rommel op het strand. Het zijn grondstoffen. Hij is geen afvaljutter, maar een grondstofjutter. Van plastic doppen kun je een potje of een lampenkapje maken. ,,Ik kan bijna alles gebruiken’’, zegt hij. ,,Zo’n kapje van verweerd plastic schijnt prachtig door.’’
Heilige graal

Van jutten gaat zijn hart sneller kloppen. Op het dak van zijn huis zit een stripje los. Zodra hij dat hoort rammelen, weet Kooijman dat de wind goed staat en dat hij naar het strand moet. Als het getijde dan ook nog eens gunstig is, kunnen er zomaar mooie spullen aanspoelen.
Vakanties plant hij nooit ver weg. ,,Ik moet binnen drie uur op het strand zijn als er ergens wat van boord slaat.’’ In Lies heeft hij een winkeltje en werkplaats waar hij spullen maakt en verkoopt.
De jutter haalt daar een stenen potje uit een vitrinekast. Het is een smeltkroes, waarin vaste stoffen in een ver verleden werden verhit tot ze smolten. Zijn gezicht begint te stralen. ,,Je bent pas een echte jutter als je een smeltkroes hebt gevonden.’’ Hij toont de heilige graal onder de jutters.
Ergens in de zee ligt al meer dan drie eeuwen een scheepswrak dat eens in de zoveel tijd wat van zijn lading prijsgeeft. ,,Ik vond mijn eerste toen ik 18 was’’, zegt Kooijman. ,,Ik stond te springen op het strand.’’ Hij heeft er nu zeventien, alle voorzien van een opgevouwen briefje met daarop de datum en vindplaats.
Met plunjezak op pad
Maar er spoelt vooral heel veel spul aan dat Kooijman liever niet op de stranden ziet. Hij haalt een nog in perfecte staat ogend chipszakje tevoorschijn. Onlangs uit het zand getrokken, maar de naturel chips is al in 1984 gefabriceerd. Zo lang blijft plastic goed.
Zes, zeven jaar geleden maakte hij van zijn hobby zijn werk. Tijdens de jutsafari gaan de gasten mee de duinen in en het strand op om rommel, nee: grondstoffen, op te ruimen. Als hij en Sjoers de wagentjes tegen een duinrand parkeren, komen stoffen jutzakken tevoorschijn. ,,Als je zo van de natuur mag genieten, mag je er toch ook wel iets voor terugdoen?’’
Gewapend met de plunjezak gaat de tocht door de duinen. Verplicht is het niet, maar de ervaring leert dat iedere gast al snel fanatiek begint op te ruimen. Kooijman waarschuwt alvast. ,,Jullie zullen nooit meer op dezelfde manier naar het strand kijken.’’ […]
Bron: een veel uitgebreider artikel van Johan Stobbe in de Leeuwarder Courant (alleen voor abonnees).
Beeld: Ecosafari

