Natuur

Diep water onderzocht

De meeste zeevarenden weten wel iets over het zeeoppervlak, maar wat daar onder gebeurt weet vrijwel niemand. Hans van Haren weet meer.

Ruim vijf jaar geleden trok NIOZ-onderzoeker Hans van Haren de aandacht door samen met een team van technici een metalen ring met een doorsnee van zeventig meter in een Texels weiland te leggen. Dat was vlak voordat de installatie werd afgezonken in de diepzee voor de kust van Zuid-Frankrijk. Het onderzoek gaat over turbulentie in de diepzee, waarover weinig details bekend zijn. “Het leven in de diepzee heeft waterverversing nodig. Dat gebeurt door golven onder water. Die zijn heel belangrijk voor de verspreiding van voedingsstoffen in de cyclus van het leven in zee”, legt de onderzoeker uit.

Nieuwe inzichten

Hans van Haren: “Belangrijk hierbij zijn de getijden, de draaiing van de aarde en stormen. Heel grote, langzame golven botsen tegen de bergen onder water en raken zo hun energie kwijt via turbulentie. De temperatuur onder water is veelzeggend, want bovenaan is het ietsje warmer. We gebruiken de watertemperatuur daarom als maatstaf voor turbulente verspreiding van stoffen. Bij dit onderzoek hebben we de warmte over de diepste 125 meter gemeten, tot op een 10.000e graad verschil. Eerder werd dat met slechts één lijn gedaan, wij gebruikten 45 lijnen en dat levert nieuwe inzichten op.”

Van Haren toont een filmpje waarop te zien is dat de warme golven, bellen van turbulentie, schuin van de zijkant komen. “Er is ook nog een andere bron van turbulentie: de warmte van de aarde. Die zorgt voor een nóg kleiner temperatuurverschil, maar daarmee ook voor waterverversing. Over een heel jaar gezien zijn de warmere golven schuin van boven dominant. In de winter zijn er meer stormen aan het oppervlak en dat zie je terug in de diepzeeturbulentie.”

Koud water

“Buiten de poolgebieden is de Middellandse Zee een van de belangrijkste plekken waar koud oppervlaktewater naar de diepte kan zinken. Dat proces noem je diepwaterformatie. Onze locatie was een perfecte plek om dat te meten. Maar dat koude water gaat maar eens in de circa acht jaar helemaal naar beneden. Je hebt er echt een heel koude winter voor nodig. Tijdens onze metingen kwam het niet voor. Mijn bevinding is dat de andere bronnen van turbulentie een veel belangrijker proces voor verversing vormen.”

Bron: Noordhollands Dagblad (alleen voor abonnees).
Foto:  Hans van Haren/NIOZ