Van wrak naar wedstrijdschip
Het skûtsje Vrouwe Jantje (1914, Rohel) zeilde tot in de jaren 30 en diende daarna als woonark in Amsterdam. In 2015 werd het herontdekt. In 2023 kochten Jilles Bandstra en zijn maten het schip.
Toen de gebroeders Los het skûtsje naar hun werf in Leeuwarden haalden, hadden ze er hoge verwachtingen van en grote plannen mee. Ze voeren al jaren mee in de IFKS en wilden er een kampioensschip van maken. Dat voornemen werd ruw verstoord toen de werf failliet ging en er beslag op het skûtsje werd gelegd. Jaren later nam Jilles Bandstra de plannen weer op. Omrop Fryslân vertelt het hele verhaal.
“We wensen het schip en de bemanning een behouden vaart!” Met een knal spat de fles champagne tegen de romp van skûtsje Vrouwe Jantje uit elkaar, gevolgd door een luid gejuich.
Het volledig gerenoveerde skûtsje is gedoopt, het feest aan boord van het schip in de Spoorhaven van Stavoren kan beginnen.
De eer van het dopen is gegund aan Theo Kuipers, een fan van het eerste uur. Zolang er aan het skûtsje werd gewerkt, is hij iedere week te zien geweest bij het grote project.
“Ik dacht: waar zijn die mannen aan begonnen? Het was niets, alleen kop en kont zaten nog aan elkaar, en alles moest nieuw. Begin er maar eens aan.”
Vijf mannen
De vijf mannen die er in januari 2024 aan beginnen, zijn Jilles Bandstra, Willem en Franke Atsma, Joop Boltjes en Hidde Mous.
Glunderend staan ze op het dek van het skûtsje de felicitaties en cadeautjes in ontvangst te nemen. Meer dan een jaar hebben ze keihard aan het skûtsje gewerkt in een loods in Bakhuizen.
Vier avonden per week en elke zaterdag werd er gelast, geschuurd, getimmerd en getimmerd aan het schip, dat als een wrak werd aangekocht.
Schipper Jilles Bandstra kijkt tevreden naar het eindresultaat. Nadat het skûtsje in februari weer in het water kwam, moest er nog wel het een en ander gebeuren.
“We zijn er toch nog wel iedere avond mee bezig geweest. Even dit, even dat, blijf je bezig. Maar ik ben supertrots, op de mannen, op de steun, de sponsoren en iedereen die geholpen heeft, echt geweldig.”
Feesten is hoofdzaak
Het intensieve samenwerken van een jaar lang heeft geen wissel getrokken op de vriendschap tussen de vijf maten.
“Het schip ligt er mooi bij”, zegt Willem Atsma. “En we kunnen elkaar de hand nog geven.”
Zijn broer Franke vult aan. “We zijn een hoofdstuk verder, we kunnen zeilen.” En met een grote knipoog: “En naar de feesten, het belangrijkste. Het zeilen is bijzaak.”
Het is schitterend weer als de Vrouwe Jantje op zaterdag 12 april met de volledige bemanning voor het eerst de haven van Stavoren uit zeilt. De zon schijnt over het IJsselmeer en de zeilen staan bol.
Jilles geniet achter het helmhout. “Prachtig, nietwaar? Dit is echt fantastisch.”
“Ik had voor het zeilen zelf geen zenuwen, maar wel om alles een beetje voor elkaar te krijgen. Nu staat alles, geweldig.”
De andere mannen zijn wat nuchterder. “Ik vindt wel mooi”, zegt Franke. “Maar geen kippenvel, we moeten eerst een keer een wedstrijd winnen, daar gaat het om.”
Willem vindt dat ook. “Ik denk dat je dat eerder hebt als je eens een eerste prijsje pakt of zo.”
Weer onder zeil
Een van de opstappers op de testvaart is Gerard Boltjes, de vader van Joop. In de loods van zijn straalpartij in Bakhuizen hebben de vijf mannen hun monsterklus uitgevoerd.
“Geweldig hoe die jongens bezig zijn geweest, ik heb er juist respect voor. En nu het skûtsje na meer dan 90 jaar weer onder zeil, fantastisch!”
De verwachtingen van het nieuwe skûtsje zijn hoog, het schip heeft al de bijnaam ‘de Raket’. Maar schipper Jilles Bandstra weer nog niet of de Vrouwe Jantje sneller kan dan andere skûtsjes. Blijf je ze bij of haal je ze in? Als je alleen zeilt, ga je altijd hard.
Lemmer Ahoy
De eerste echte krachtmeting met andere skûtsjes zal eind mei bij Lemmer Ahoy zijn. Een wedstrijd waar zowel IFKS als SKS-skûtsjes aan meedoen.
Voor Franke heeft de testvaart lang genoeg geduurd. “Dadelijk de zeilen neer en aan het bier. Anders slijt het zeil te veel als we te lang zeilen.”
En met een dikke glimlach: “Dat zou zonde zijn, dat moeten we niet hebben, nietwaar?”
Bron: een artikel van Afke Meekma op Omrop Fryslân.
Beeld: Omrop Fryslân.

