Drugs op het strand
Op het strand van Terschelling spoelde een grote partij pakketten aan met – zo blijkt uit een eerste testonderzoek – waarschijnlijk hasj. Het lijkt wederom een aanwijzing dat de Noordzee fungeert als route voor drugstransporten.
Er zat vermoedelijk bijna 500 kilo hasj in de pakketten die dit weekend aanspoelden op Terschelling. Mogelijk gaat het om een mislukte overdracht op zee, een zogeheten ‘drop-off’, waarbij de lading naar Terschelling is gedreven. Zulke vondsten passen in een breder patroon: de Noordzee wordt veel gebruikt als doorvoerroute voor drugs richting West-Europa. Dat beeld wordt ook bevestigd door recente cijfers van de douane. In 2025 onderschepten douaniers in Nederland een recordhoeveelheid van 60.000 kilo cannabis, ruim vier keer zoveel als een jaar eerder.
Met een zender overboord
Op de Waddeneilanden werden kleinere hoeveelheden gevonden: zo’n 50 kilo aan Nederlandse kant en circa 150 kilo aan Duitse zijde. Opsporingsdiensten zien sinds 2023 een duidelijke toename van dit soort incidenten langs de Belgische, Nederlandse en Duitse Noordzeekust.
De methode is bekend: drugs, in veel gevallen cocaïne, wordt per vrachtschip vanuit Zuid-Amerika of via West-Afrika vervoerd en op zee overboord gezet, vaak voorzien van zenders. Kleinere vaartuigen moeten de lading later ophalen. Soms mislukt dat, zoals in stormachtige omstandigheden, waarna pakketten op stranden terechtkomen.
Hoewel de Noordzee intensief wordt gebruikt voor cocaïnetransport, vindt de daadwerkelijke opsporing in Nederland vooral plaats langs havenkades en tussen zeecontainers. Jaarcijfers van het HARC-team – een samenwerking tussen politie, douane en FIOD – laten zien dat de aanpak zwaar leunt op havens als Rotterdam en Vlissingen, waar jaarlijks tienduizenden kilo’s cocaïne worden onderschept.
Deze acties richten zich vooral op containerschepen, logistieke hubs en mogelijke betrokkenheid van havenmedewerkers. Dat toezicht beperkt zich niet tot de grote zeehavens. Ook in Harlingen zijn er plannen om de havenbeveiliging op te schalen, met slimme camera’s die rechtstreeks worden uitgelezen door de landelijke douane.
Urker kotter
Een van de weinige gevallen waarin de opsporing wel tot veroordelingen leidde, betreft de Urker kotter Z-181. In juni 2017 werd op dat schip in de haven van Harlingen zo’n 260 kilo cocaïne gevonden, die eerder op zee van een containerschip was overgenomen.
Opsporingsdiensten kwamen het schip op het spoor via een lopend onderzoek naar hoofdverdachten in een drugszaak, volgtechnieken en informatie over de vaarroute. Zo werd duidelijk dat het schip op een specifieke vrijdagavond vanuit Harlingen zou uitvaren om sporttassen met cocaïne op te vissen. Bij terugkomst troffen politie en douane de drugs in een verborgen ruimte aan. De eigenaar en bemanningsleden kregen gevangenisstraffen tot zes jaar. De zaak rond de Z-181 laat zien hoe moeilijk het is om smokkelaars op zee te betrappen.
Havenautoriteiten benadrukken dat de meeste Nederlandse vissers hier niets mee te maken hebben. Onzekerheid over de toekomst van de visserij maakt vissers wel kwetsbaar voor dit soort lucratieve samenwerkingen met drugskartels.
Drop-offs
Ook boven de Waddeneilanden bestaan drop-off-locaties. In oktober 2024 werd een man uit de omgeving van Katwijk veroordeeld voor voorbereidingshandelingen van internationale cocaïnehandel. Uit het onderzoek bleek dat hij vissers ronselde en drop-off-acties organiseerde nabij Ameland en Zeeland, waarbij lokale vissers of duikers de lading moesten ophalen. In chats werd een vaarroute gedeeld met een omcirkeld gebied ten noordoosten van Nederland als potentiële dropzone.
Of de vangst op Terschelling zal leiden tot vergelijkbare doorbraken, is nog onduidelijk. De FIOD meldt nog bezig te zijn met onderzoek naar de herkomst en een mogelijke bestemming. Wat op de stranden aanspoelt, is vermoedelijk slechts een fractie van de hoeveelheid cannabis en cocaïne die jaarlijks via de Noordzee zijn weg vindt naar de West-Europese markt.
Bron: Omroep Zilt.
Foto: Terschelling TV

