Natuur

De schaduw van de oester bevordert zeeleven

Oesterriffen bieden dieren niet alleen bescherming tegen krabben, parasieten en stormen: onder de schelpen blijkt het ook opvallend koeler. Dat biedt mogelijk een schuilplaats tegen de steeds hetere zomers.

Een rif in de Mok, een baai in het zuiden van Texel, zit vol oesters. Hier zit de invasieve exotische Japanse oester, voor de kweek begin jaren zestig naar Nederland gebracht. Net als op vele andere riffen in de Waddenzee. Anders dan wat de naam ‘invasief exotisch’ doet vermoeden, is het niet per se een probleem dat de Japanse oester hier zit, benadrukt promovenda Rosa Jolma, die kijkt naar het effect dat oesters hebben op hun omgeving en hoe klimaatverandering hun leefomgeving gaat veranderen.

Schaduwrijke schuilplaats

De oesters vormen namelijk een overlevingsplaats voor onder andere mossels. Zij kunnen zich niet op de zanderige zeebodem vestigen, maar wel op de oesters. Hier worden ze ook nog eens beschermd tegen krabben, parasieten én stormachtig weer.

Temperatuurmetingen tijdens een hittegolf. De temperatuurverschillen tussen de bodem (blauwe lijn) en oesterriffen (groene lijn) lopen tijdens eb op tot 6 graden. Illustratie: Rosa Jolma

Oesters kunnen zelfs schaduw bieden aan andere diersoorten op het moment dat een oesterplaat met de getijden droog ligt. Dat blijkt uit eerder onderzoek in tropische gebieden, waar oesters op een meer rotsachtige bodem voorkomen. Soorten als wormen, krabben, slakken en andere schelpdieren blijven in de schaduwrijke holtes onder oesters langer vochtig en warmen minder snel op. Temperatuurverschillen tussen de rotsbodem en de holtes kunnen oplopen tot 6 graden.

Temperatuurmeters

Maar hoe zit dat op de modderige Waddenzeebodem, die minder snel opwarmt dan de tropische rotsen? Is daar ook zo’n verschil in temperatuur tussen oesterschuilplaats en de kale bodem zichtbaar, waardoor dieren mogelijk een grotere overlevingskans hebben?

Om dat te onderzoeken, hebben Jolma en haar collega’s een jaar lang temperatuurmeters geplaatst. Deze lijken op mosselen en zijn tussen de kale Waddenzeebodem en de oesters geplaatst. Dat is op twee plaatsen gedaan: de Mokbaai (in het zuiden van Texel) en een oesterrif bij het buurtschap Oost, in het noordoosten van het eiland. De temperatuurmeters lijken qua vorm niet alleen op een mossel, maar ook qua reactie op temperatuurveranderingen. Allemaal om de metingen zo betrouwbaar mogelijk te maken.

Wat bleek: de oesters vormen ook in de Waddenzee een koelere schuilplaats. Al lagen de temperaturen in de zomer hier slechts gemiddeld 0,2 tot 0,4 graden lager dan buiten de oesterriffen. Tijdens een hittegolf kon dat temperatuurverschil oplopen tot enkele graden.

Niet zo gevoelig

Het is minder spectaculair dan Jolma op basis van het eerdere onderzoek had verwacht. Maar het kleine temperatuurverschil kan in de toekomst uitmaken. „Dieren die op de riffen leven, zijn gewend aan wisselende temperaturen, dus ze zijn niet zo gevoelig”, zegt Jolma.

Of die temperatuurverschillen voor de mossel echt uitmaken, is een mooi onderwerp voor een vervolgstudie, vindt Jolma. „Nog een vervolgonderzoek zou kunnen zijn om naar de temperatuur van de modder onder de oesterriffen te kijken op verschillende dieptes. Zo kun je het effect op bijvoorbeeld wormen zien.”

Het wetenschappelijke artikel valt hier in zijn geheel te lezen.

Lees het hele artikel van Rob van der Wal in de Leeuwarder Courant (alleen voor abonnees).
Kopfoto: Rosa Jolma: Mokbaai met oesterbank