Duurzaamheid

Maritiem onderwijs en de energietransitie

Het maritieme onderwijs werkt aan een betere aansluiting op de energietransitie in de scheepvaart. Diverse onderwijsinstellingen gaan samen lesmateriaal ontwikkelen over alternatieve brandstoffen en digitalisering. Opvallend genoeg wordt windondersteuning nadrukkelijk buiten de deur gehouden.

Weekblad Schuttevaer meldt dat het project deel uitmaakt van het Maritiem Masterplan, dat gesubsidieerd wordt door het Nationaal Groeifonds en het versnellen van de maritieme energietransitie als doel heeft. De versterking van het maritieme onderwijs is een van de thema’s waar het plan zich voor in wil zetten. Daarbij gaat het niet alleen om het ontwikkelen en implementeren van nieuwe onderwijsmodules, maar ook om het bevorderen van de samenwerking tussen studenten, onderwijsinstellingen en het bedrijfsleven.

Het Maritiem Instituut Willem Barentsz, onderdeel van NHL Stenden, coördineert het project de komende acht jaar. Dat betekent niet dat er pas na die tijd resultaten worden behaald, legt Gerrit Leunen van NHL Stenden uit. ‘Al op redelijk korte termijn kunnen we nieuwe onderwijsmodules gaan implementeren. In de huidige opleidingen is natuurlijk ook al aandacht voor de energietransitie, bijvoorbeeld omdat studenten al te maken krijgen met duurzame schepen of ontwerpen. We merken ook dat dit onderwerp heel erg leeft onder studenten, ze vinden het interessant. Het is de toekomst voor hen.’

Specialisaties

De ontwikkeling van de onderwijsmodules gebeurt landelijk. Hoe scholen de nieuwe lesstof vervolgens implementeren, kan verschillen per onderwijsinstelling, vervolgt Leunen. ‘Scholen mogen het materiaal op hun eigen manier toepassen. Daarnaast hebben sommige scholen ook meer specialisaties dan andere scholen. Op Terschelling is bijvoorbeeld de specialisatie elektrotechnisch officier, dat bieden ze op andere scholen dan dus niet aan. Je kan je als school tegenwoordig ook niet meer op alles specialiseren. Misschien zal dat met de komst van alternatieve brandstoffen ook wel op die manier gaan. Dat bepaalde scholen specialiseren in bepaalde brandstoffen.’

Windvoortstuwing

Het valt de redactie van de Zeepost en Windassist op, dat (aanvullende) windvoortstuwing geen deel uitmaakt van de te ontwikkelen lesstof. Ook is de Enkhuizer Zeevaartschool (EZS), die hiervoor al jaren een speciale module voor heeft, niet bij het project betrokken. Directeur Cosmo Wassenaar stelt dat het gebrek aan aandacht voor wind als onderwerp in de energietransitie geen recht doet aan de ontwikkelingen die in de scheepvaartsector zelf plaatsvinden: “Nederland is toonaangevend op dit gebied, met de grootste vloot beroepsmatig varende zeilschepen en de enige beroepsopleiding met een wettelijk verankerd examenprogramma. Wij zijn de enige maritieme beroepsopleiding met groeiende leerlingaantallen. De belangstelling van reders voor windvoortstuwing is groot. Als je dan alleen focust op alternatieve brandstoffen, laat je een belangrijke pijler in de transitie naar duurzame scheepvaart links liggen; eeuwig zonde en niet slim.”

Wind expliciet uitgesloten

Astrid Kee, programmadirecteur van het Maritiem Masterplan, die de overeenkomst tussen de opleidingen van het project namens Nederland Maritiem Land ondertekende, is echter aan handen en voeten gebonden. In een reactie stelt zij dat het Nationaal Groeifonds windvoortstuwing expliciet uitsluit van de subsidievoorwaarden voor het project, en dat er streng op zal worden toegezien dat dat wordt nageleefd.

Bron: Eigen nieuwsgaring en een artikel van Else van Andel in de Schuttevaer (alleen voor abonnees).
Beeld: Nationaal Groeifonds.