Onderzoek naar klimaatadaptie voor waterrecreatie
Droge zomerperiodes en het zouter worden van water komt steeds vaker voor. Als waterrecreant merkt u dit doordat er bijvoorbeeld minder geschut wordt bij een sluis. PhD-kandidaat Lotte Muller doet onderzoek.
Aanleiding van dit onderzoek begon in 2018, toen steeds meer sluizen een schutbeperking invoerden vanwege de aanhoudende droogte. Waterschap Hoogheemraadschap van Rijnland sloot de Grote Sluis in Spaarndam om verzilting van het zoete water tegen te gaan.
Het onderzoek is ondertussen een heel stuk verder en zit nu in een afrondende fase. In 2024 is er een enquête uitgezet onder recreatievaarders, waarbij 258 inzendingen zijn geanalyseerd. Resultaten vanuit Nederland, en met name het Rijnland, zijn meegenomen. Specifiek is er gekeken naar de sluizen in Spaarndam, Muiden, Leidschendam, de Tolhuissluis en Mijndense sluis.
De voorlopige resultaten zijn opgenomen in hoofdstuk 4 van het Engelstalige rapport van I-CISK en worden op dit moment verder verfijnd en uitgewerkt.
Droogte-gerelateerde problemen
In de resultaten van de enquête komt naar voren waar de recreanten het meeste last van hebben op hun vaarroute en in welk scenario ze van thuishaven zouden wisselen. Voor het laatste blijkt uit de enquête dat er een zeer sterke voorkeur is om te blijven bij de huidige haven. Ook als dit meer omvaren of langere wachttijden bij sluizen betekent.
Fonteinkruid (waterplanten) wordt niet direct veroorzaakt door droogte (maar eigenlijk een bijproduct is van zonnig en warm weer). Toch geeft 50% van de respondenten aan fonteinkruid als groot probleem te ervaren. Verder wordt de aanwezigheid van blauwalgen (45%), en bruggen die niet bediend kunnen worden door het uitzetten van asfalt (44%) benoemd als grootste problemen tijdens droogte.
Verzilting van het water
Een ander gevolg van droogte is de verzilting van het water. Verzilting is de toename van het zoutgehalte in de bodem, het grondwater en het oppervlaktewater. De verzilting komt in Nederland vooral door indringend zeewater en door brak grondwater dat omhoog komt (zoute kwel).
Verzilting in Rijnland, waar het onderzoek specifiek op richt, treedt bijvoorbeeld op bij de Hollandsche IJssel bij lage rivier afvoeren. Gevolg hiervan is dat het water bij het inlaatpunt in Gouda zouter wordt. Dit was in 2018, 2019 én 2025 het geval. In de toekomst zal dit vaker gaan optreden.
Maar ook via de sluizen van Spaarndam kan zout water van buiten Rijnland in het Rijnlandse watersysteem terechtkomen. Vandaar dat in 2018 de Grote Sluis in Spaarndam sloot voor de recreatievaart om verzilting te beperken.
Adaptatieroutes
Om in de toekomst te kunnen blijven genieten op én van het water als recreant, is klimaatadaptie onmisbaar. Als onderdeel van het onderzoek is op 27 oktober een workshop georganiseerd. Tijdens deze workshop is een adaptatieroute uitgewerkt om te kijken welke potentiële routes er mogelijk zijn om verzilting bij sluizen tegen te gaan.
Een adaptatieroute is een methode die bedacht is voor overstromingsrisico en watermanagement. Het is een flexibele methode die verschillende paden naast elkaar legt. Over de jaren heen, kan naar andere paden geswitcht worden. Deze flexibiliteit is handig voor maatregelen met betrekking tot bijvoorbeeld klimaatverandering, waarin nog onzeker is wat de precieze effecten van klimaatverandering gaan brengen.
De methode wordt langzaamaan ook gebruikt voor droogte en watertekort. Zo ver bekend is dit de eerste keer dat de methode is gebruikt voor de watersportsector.
Workshop adaptatieroutes voor waterrecreatie
Diverse stakeholders waren aanwezig bij de workshop, waaronder jachthavens, Hoogheemraadschap van Rijnland, Scouting Nederland, Waterrecreatie Nederland, sluiswachters van Spaarndam (Grote Sluis en Kolksluis) en waterrecreanten. Veel aanwezige recreanten hadden een technische achtergrond, waaronder civiel ingenieur.
Uit de workshop komt onder andere naar voren dat er nog veel winst te behalen valt met betrekking tot optimalisatie van sluizen. Voor oplossingen tegen verzilting is bijvoorbeeld een moderne variant van de overtoom geopperd. Of juist nieuwe innovaties kunnen iets betekenen, zoals een soort ‘gel sluis’ dat water tegenhoudt, maar waar boten doorheen kunnen varen.
Verder is gekeken hoe tijd overbrugd kan worden totdat nieuwe innovaties geïmplementeerd zijn. Tijdens het onderzoek is gebleken dat de meeste recreanten de doorvaarbaarheid van vaarwegen het allerbelangrijkst vinden. Tegelijkertijd vonden de recreanten aanwezig bij de workshop het oké als ze bijvoorbeeld enkele jaren moeten omvaren, zolang er maar een stip op de horizon ligt en er in de toekomst een goed alternatief komt.
De adaptatieroute en resultaten van de workshop worden op dit moment verder uitgewerkt door Lotte Muller en zal in 2026 worden gepubliceerd.
Tekst en beeld: Waterrecreatie Nederland

