Scheepsverhalen

Zeilen leer je niet in een simulator

Leon is sinds 2025 zetschipper op de zeilcharterklipper Vliegende Hollander van Frank van der Schee. Hij vaart haar samen met zijn vriendin Josefine Sauer (2001) die ook haar schipperspapieren heeft.

Heere Heeresma jr. interviewde Leon aan boord:
‘Je weet in eerste instantie niet goed waaraan je begint’, vertelt Leon Plachta (1998) over de tijd dat hij ging ‘maten’ op zeilcharterschepen. ‘Het was een leerzame tijd waarin ik vooral veel over mezelf leerde. Je krijgt vertrouwen in jezelf en wat je kunt.’

Leon komt uit de buurt van Mainz, Josefine uit die van Düsseldorf. Leon kwam tijdens een schoolreis in contact met de Nederlandse zeilchartervaart en begon op de klipper De Tijdgeest te maten, gevolgd door de klippers Eensgezindheid en Ortolan. ‘Roman Meissner, de schipper van de Ortolan, gaf mij een heel mooie kans door mij een jaar lang intensief te begeleiden. Daarna mocht ik een jaar lang zijn schip varen.’

Gasten

De tweemastklipper Vliegende Hollander vaart vanuit Lemmer en maakt tochten over het IJsselmeer en de Waddenzee. Er zijn twaalf hutten voor 34 slaappassagiers. ‘We varen vooral jeugdgroepen, voor 80% uit Duitsland. En ook veel vaste klanten die al jaren komen.’

Houden gasten ook van wat stoerder weer? ‘Vooral de vaste klanten vinden dat het vanaf windkracht 5 pas interessant wordt. Maar met scholieren is windkracht 3 prima.’

Leon ziet een toename van individuele reizen. ‘Dan boeken gasten niet het hele schip, maar alleen een hut, en organiseren wij de reis.’ Krijg je daarmee het hele schip vol? ‘Niet helemaal, maar dat hoeft ook niet. Qua prijs is het dan mogelijk het schip niet helemaal vol te boeken. Dan vaar je maar met 24 mensen. Dat is ook prettiger, want dan hoef je mensen die elkaar niet kennen niet in dezelfde hut te stoppen.’

Jongeren

Leon constateert dat steeds minder jongeren in de chartervaart willen werken. ‘Vooral in de coronatijd zijn een hoop jonge mensen weggegaan. We moeten zien dat we jonge mensen de vloot binnenkrijgen. Het hangt vooral van de schippers af. Die moeten een jong mens zien en zeggen: “Ik neem jou mee, jij mag bij mij achter het roer staan.” En dan mag het ook een keer fout gaan. Ik denk dat we vooral moeten beginnen met meer praktijk, dat je niet alleen maar op school zit en theorie krijgt.’

Dan moet je als schipper wel veel vertrouwen hebben en de verantwoordelijk uit handen durven geven. ‘Ja, maar hoe moet het anders? We hebben hier geen simulator voor. Varen op een traditioneel zeilschip kun je niet in een simulator leren, dat moet je ervaren.’

Financiering

Zou hij een eigen schip willen? ‘Zeker weten. Het is toch het mooiste om op je eigen schip te staan.’ Ziet hij de keuringseisen en de financiering als een obstakel? ‘We moeten aan meer eisen voldoen, maar dat hoort erbij. Ik denk dat de financiering meer het probleem is. De chartervaart is voor de banken een beetje moeilijk te begrijpen. Ze kennen alleen maar binnenvaartschepen en vastgoed. Een binnenvaartschip is binnen tien jaar afgeschreven en niks meer waard, maar dat is bij charterschepen niet zo. Die hebben over de jaren wel hun waarde gehouden. Je moet aan de bank veel uitleggen.’

Komt huurkoop veel voor? ‘Niet zo vaak, maar wel dat de oude eigenaar een lening verstrekt. De banken doen niet meer dan 60% van de koopwaarde, dus je moet de andere 40% zelf hebben of lenen. We zijn begonnen met een eigen kredietunie vanuit de branchevereniging BBZ. Die heeft de eerste leningen verstrekt.’

Kennis

Leon benadrukt de cultuurhistorische waarde van de zeilchartervloot. ‘De schipper moet zoveel weten. Manoeuvreren kan heel ingewikkeld zijn, maar dat maakt het juist leuk. Je hebt niet zoveel pk’s, je moet weten hoe de stroming en de wind staan, de motor gaat je niet altijd redden. Afgelopen week zijn we Vlieland binnengevaren met noordoost 6 en half op het getij. Je kiest het moment zo dat stroom en wind elkaar opheffen en je in één rechte lijn de haven binnenkomt. Van die kennis profiteer je ook op een groot binnenvaartschip. Als we dat kwijtraken, missen we echt wat.’

Bron: een artikel van Heere Heeresma jr. in de Schuttevaer (alleen voor abonnees).
Beeld: Heere Heeresma jr.