Natuur

Emeritus Theunis Piersma: “Geef wetenschappers meer tijd.”

Geef onderzoekers de ruimte om de natuur gedurende een langere periode te onderzoeken. Die oproep deed de Friese trekvogelprofessor Theunis Piersma tijdens een NIOZ-symposium over de vijftig jaar dat hij onderzoek doet.

Dit is volgens Piersma niet alleen belangrijk voor de toekomst van de natuur zelf, maar ook omdat de gezondheid van de natuur invloed heeft op onze eigen gezondheid.
Piersma roept met andere onderzoekers op om de wetenschap die tijd ook te geven en niet alleen voor de korte termijn te gaan. Voor goede wetenschap moet je blijven doorzetten; het kost tijd.

In 2014 ontving Piersma de prestigieuze Spinozapremie, ook wel de Nederlandse Nobelprijs genoemd. In 2017 ontving hij de Britse ornithologieprijs ‘Marsh Award for International Ornithology’ voor zijn onderzoek, gevolgd door de Godman Salvin Prize in 2020. Veel wadvaarders kennen hem van zijn boek ‘Waarom nonnetjes samen klaarkomen en andere wonderen van het wad’.
Samen met veel andere onderzoekers deed hij jarenlang onderzoek naar onder andere de kanoet, de rosse grutto en verschillende andere wadden- en weidevogels. Dat onderzoek is nog volop gaande, maar het was niet altijd eenvoudig om dergelijk onderzoek in de lucht te houden.

Tijdperk

En het lijkt alleen maar moeilijker te worden, zegt Piersma: “Gek genoeg zitten we in een tijdperk waarin de kortademigheid regeert en men de neiging heeft om dit soort volgehouden waarnemingen door intergenerationele groepen maar af te kappen.”

Nu hij met pensioen gaat, zou die redenering zomaar op kunnen gaan, zegt Piersma; “Want dan zijn ze van mij af en dan kunnen ze dat werk misschien ook wel afschaffen. Dit symposium is echter ontstaan uit een groep die net als ik warmloopt voor dit soort onderzoek. Ik ben ontzettend blij dat die mensen er zijn en er zijn er ook veel van.”

Het is niet alleen Piersma’s zorg over de toekomst van zijn type onderzoek; er is een grotere behoefte. Hij krijgt daarvoor steun uit onverwachte hoek. De landelijk bekende viroloog Marion Koopmans sprak zich er ook voor uit, op het Texelse symposium bij het Koninklijk Nederlands Instituut voor Onderzoek der Zee (NIOZ), waar Piersma als onderzoeker lang aan verbonden was. Ook al gaat hij nu met pensioen en was vrijdag het afscheid: Piersma blijft actief als wetenschapper.

Klimaatverandering

Marion Koopmans (Omrop Fryslân)

Onder invloed van klimaatverandering en de verarming van de biodiversiteit is de wereld snel aan het veranderen. Dat zien Koopmans en andere wetenschappers ook en dat heeft gevolgen voor hun werk.

“Wat wij zien, is dat we steeds vaker met nieuwe infectieziekten te maken krijgen”, zegt Koopmans,  “Iedereen kent de pandemie nog, maar er zijn ook kleinere voorbeelden. Het heeft te maken met hoe wij omgaan met de wereld om ons heen. Er is nu een hele nieuwe manier van denken die aangeeft dat de gezondheid van mensen, dieren en omgeving onlosmakelijk met elkaar is verbonden.”

Koopmans sprak zich nadrukkelijk uit voor deze benadering, die ‘One Health-aanpak’ wordt genoemd. Daarbij werken virologen samen met ecologen, want vogels kunnen ziekten bij zich dragen die gevolgen kunnen hebben voor mensen.
“Wil je nadenken over en werken aan de gezondheid van mensen of dieren in de toekomst, dan moet je het hele systeem gezamenlijk bekijken. Dan is het heel belangrijk dat we langdurige methoden hebben om te kijken wat er aan de hand is in de natuur.”

Belangrijke thermometer

De vogels die Piersma al 50 jaar onderzoekt, kunnen volgens hem ook op een andere manier een belangrijke thermometer zijn om iets te zeggen over onze wereld.
“Regelmatig zie je zaken die ons niet opvallen”, zegt hij, “Vogels zijn specialisten die op een specifieke manier om zich heen kijken. We ontdekken zaken door naar de vogels te kijken die we anders nooit hadden gezien.”

Dat dwarsverband is steeds makkelijker te leggen, geeft de Wadden- en trekvogelecoloog aan. “Dat heeft te maken met de technologie die we hebben om vogels te volgen.” Piersma is onder andere bekend geworden door de inzet van kleine zendertjes om vogels zoals de grutto, de rosse grutto en de lepelaar op hun trektocht te volgen.

Die technologie staat niet stil en wordt bijvoorbeeld volop ingezet voor het in 2023 gestarte project Waakvogels, waarbij verschillende vogelsoorten vijf jaar lang worden gevolgd. Goede wetenschap is een proces van de lange adem: sommige patronen worden pas duidelijk als je lang een vinger aan de pols houdt.

In 2023 toonde Piersma aan dat de trek van grutto’s is aangeleerd, en niet aangeboren. ‘Dit experiment laat duidelijk zien dat genetica niet allesbepalend is. Deze grutto’s leren vooral van hun omgeving. Ze gaan als het ware naar school.’

Thinking like a bird

Om dit soort trends te ontdekken zijn langlopende metingen nodig van allerlei factoren. Het monitoren van deze vogels is een klus die te groot is voor een gewone onderzoeksgroep. Bovendien zijn het trekvogels, dus ook de gebieden waar ze overwinteren en broeden spelen een rol. Piersma heeft daarom eerder het onderzoekscentrum BirdEyes opgericht, gehuisvest in Leeuwarden. In dit internationaal centrum voor onderzoek en onderwijs op het gebied van klimaatverandering werkt de RUG samen met het Koninklijk Nederlands Instituut voor Zeeonderzoek (NIOZ), de Universiteit van Amsterdam en de Fryske Akademy.

Zo stond op Texel bijvoorbeeld een onderzoeker op het podium die al meer dan 30 jaar dezelfde vogelsoort volgt. Daarmee hebben de onderzoekers voor doorbraken gezorgd, zegt senior-onderzoeker Allert Bijleveld. Hij werkt veel samen met Piersma.

“Waar Theunis de afgelopen tien jaar een lans voor heeft gebroken, is dat het niet alleen puur over genen gaat”, zegt Bijleveld. “Genen zijn niet één op één te vertalen naar wat die vogels doen. Het gaat vooral om de interactie tussen genen en omgeving en om de continue terugkoppeling daartussen gedurende de ontwikkeling, die heel bepalend is voor die dieren. Het heeft een hele brede kijk opgeleverd in de ecologie.” Het sluit aan bij de belangrijkste les die hij van Piersma heeft geleerd. “Vogels lijken veel meer op ons dan wij denken.”

“Dat zijn gemeenschapsvogels”

“Mijn leven lang heb ik gewerkt alsof vogels een soort machines waren”, zegt Piersma, “Wat wij nu zien, is dat vogels in het zoeken naar oplossingen voor problemen hetzelfde doen als de mens. Ze reageren niet als machines. Vogels organiseren zich als ‘gemeenschap’, het zijn ‘gemeenschapsvogels’. Er wordt gesproken, gedelibereerd, er worden zaken geprobeerd.”

“Het is eigenlijk een heel cultureel verschijnsel waar we naar kijken. Dat inzicht komt ook omdat wij individuele vogels zo prachtig kunnen volgen via bijvoorbeeld de website Global Flyway.”

Piersma stelt dat de vogels ons, vanwege hun trekgedrag, veel kunnen vertellen over de stand van de natuur in de hele wereld. “Ze reizen tienduizenden kilometers. Op het Wad verzamelen zich vogels uit Groenland, Siberië, en zelfs uit afrika en het zuidelijkste puntje van Zuid-Amerika. Door waar te nemen hoe het hen vergaat, komen we van alles te weten over bijvoorbeeld het poolgebied, dat ons zonder die blik zou ontgaan.”
Piersma gaat nu met emeritaat, maar is als wetenschapper niet uitgewerkt. Voor de langdurige onderzoeksrojecten waar hij naam – en school –  mee heeft gemaakt, zal hij zich blijven inzetten.

Bronnen en beeld: RUG, NIOZ, en een artikel van Remco de Vries op Omrop Fryslân.