Natuur

Garnalenvisvergunning is geen gelopen race

De garnalenvissers lijken weer een tijdje voort te kunnen. Demissionair staatssecretaris Rummenie heeft voor de komende twintig jaar een vergunning afgegeven. Maar voor feest is het te vroeg; iedereen houdt een slag om de arm.

Vorige week kwam het bericht waar de garnalenvissers sinds januari 2023 op zaten te wachten: dat hen een natuurvergunning is verleend. Tot 2045, met om de zes jaar een evaluatie. Voor de vissers voelt dat als een overwinning, maar het is te vroeg om victorie te kraaien.
De milieuorganisaties zijn namelijk voornemens om massaal tegen de vergunning in beroep te gaan. Volgens hen is de verleende vergunning voor te lange periode afgegeven, en is de schade voor de natuur te groot. Dat de vergunning uitgaat van tien procent minder visuren dan voorheen en dat het gebruik van katalysators (om stikstofuitstoot tegen te gaan) voortaan verplicht is, doet daar volgens de milieuorganisaties niets aan af.

Interventie

Wat de zaak op het eerste gezicht geen goed doet, is dat het besluit van het inmiddels demissionaire kabinet komt. Dat kabinet, bestaande uit VVD, NSC en BBB, blonk tijdens hun regeerperiode bepaald niet uit als het gaat om besluitvorming. Sterker nog: de rechter moest meerdere keren interveniëren, omdat de bestuurders onwettige zaken van plan waren.

Volgens Pim Visser, de Nieuwedieper die twaalf jaar als spreekbuis van de Nederlandse kottervissers gold, moet de vergunning los worden gezien van het huidige kabinet. „Deze vergunning is het resultaat van een ambtelijke procedure waar tweeënhalf jaar aan is gewerkt, en is dus al onder het vorige kabinet ingezet. Om die vergunning eerst even kort samen te vatten: deze bestaat uit twee componenten. Je hebt de stikstof-component, die bepaalt dat vissers katalysators moeten gebruiken. En je hebt de ecologische component, die bepaalt hoelang ze vissen en op welke plekken. Met name met die laatste component zijn de milieuorganisaties het niet eens, zij vinden dat het gebruik van sleepnetten niet thuishoort op het wad en in de Nederlandse kustwateren.”

Verkiezingsretoriek

Staatssecretaris Jean Rummenie van de BBB beweerde tegenover de landelijke media dat er na jaren van onzekerheid nu ’duidelijkheid’ is, maar dat lijkt vooral verkiezingsretoriek, want zover is het nog lang niet.
Visser: „Dat is wat voorbarig. De milieuorganisaties zullen eerst bij het ministerie zelf beroep aantekenen. Komt daar niets uit, dan stappen ze naar de rechter. Als ze ook dat verliezen volgt de Raad van State. Dus we staan aan de vooravond van een lange juridische strijd. Het positieve is dat ze nu een vergunning hebben om te vissen tot de hoogste rechter er een uitspraak over doet. Maar tot die tijd zal de onzekerheid blijven. Prijs de dag niet vóór het avond is.”

Waddenvereniging

In een reactie stelt Wouter van der Heij van de Waddenvereniging dat de natuurorganisaties, los van de inhoud, bedenkingen hebben over de wijze waarop de vergunning tot stand is gekomen. „Als je als doel hebt om voor een termijn van twintig jaar zekerheid te bieden, waarom kom je dan met deze vergunning. In onze ogen is deze niet realistisch te noemen. Vanuit de Wageningen Universiteit kregen we jaren geleden een onderzoek gepresenteerd over de huidige garnalenvisserij en de gevolgen daarvan voor Natura 2000-gebieden, ook op het ministerie hebben ze dat gezien. Van de uitkomsten hebben ze maar heel weinig meegenomen in deze vergunning. Vandaar dat het in onze ogen geen realistische vergunning is. Al kan je sowieso afvragen of het wel reëel is om voor twintig jaar een vergunning af te geven. Overal in het bedrijfsleven zullen ze zeggen dat je onmogelijk kan weten wat er tegen het eind van zo’n termijn speelt in de wereld. Waarom zouden we doen alsof de wereld niet verandert voor garnalenvissers?”

Van der Heij begrijpt dat er onder vissers het idee leeft dat natuurorganisaties hen van het wad af willen. „Maar dat is niet zo. Wat ons betreft, is er in de Nederlandse wateren plek voor vissers. Anders hadden wij ook niet met de visserij in gesprek gegaan over voorwaarden voor zo’n vergunning. Maar omdat er niets met onze zienswijzen is gedaan kunnen wij onmogelijk akkoord gaan met deze vergunning, dus zullen we beroep moeten aantekenen.”

Bron: Lars van der Bel in het NHD (alleen voor abonnees).