NieuwsVeiligheid

Rondvaartschippers moeten vaardagen halen

Het CBR geeft vanaf 1 juni een nieuw vaarbewijs uit voor schippers op open rondvaartboten met meer dan 12 passagiers. Er geldt een overgangstermijn van drie jaar, maar de vaardagenverplichting wordt toch gevreesd.

De afgelopen jaren is het aantal open rondvaartboten, meestal sloepen, onder meer op de Amsterdamse grachten enorm toegenomen. Ze worden vaak bestuurd door schippers met een Klein vaarbewijs. Zij mogen varen met meer dan 12 passagiers op schepen tot 20 meter lengte. Sommige van deze schippers varen in loondienst, andere zijn zzp’er, maar vaak zijn het jonge mensen, niet zelden studenten, die dit werk slechts een korte periode doen. Zij zijn voor de rondvaartrederijen echter onmisbaar om hun vloot varende te houden. Het is voor de rederijen dan ook van groot belang dat hun huidige en toekomstige schippers het nieuwe vaarbewijs kunnen halen. De opleiding voor het Kwalificatiecertificaat schipper open rondvaartboot beperkt vaargebied bestaat uit 30 vaardagen en drie examens.

Vaardagen

Richard Jonkman is directeur van de Amsterdamse rondvaartrederij BoatAmsterdam.Com. Daarnaast is hij directeur van BoatAcademy.Com, dat opleidingen tot rondvaartschipper verzorgt. Hij ziet problemen opdoemen bij het behalen van het nieuwe vaarbewijs. ‘Er zijn twee categorieën: schippers die actief zijn en schippers die nieuw beginnen. Een schipper die al actief is, dat wil zeggen meer dan 30 dagen met een Klein vaarbewijs beroepsmatig met meer dan 12 passagiers vaart op een open rondvaartboot, kan meteen examen 3 doen. Dat heeft het ministerie op zich heel netjes opgelost.

Maar het schijnt best wel een pittig examen te zijn. Een schipper die nieuw begint, moet voor het eerste examen aan toelatingscriteria voldoen. Je moet een theorie-examen doen en een marifooncertificaat hebben. Maar je moet wel ergens terechtkunnen om je vaardagen te maken. De komende drie jaar mag je met een Klein vaarbewijs nog zelfstandig je vaardagen opdoen, maar zodra die overgangstermijn voorbij is, mag dat niet meer. Dan moet er altijd een gekwalificeerde schipper aan boord zijn. En dan is de vraag: wie gaat dat betalen? De zzp’er moet dan in zichzelf investeren door al die dagen gratis mee te varen en voor de schipper in loondienst zal de werkgever dan moeten betalen.’

Snel halen

Daarom zou ik iedereen willen aanraden voor het einde van die overgangstermijn te zorgen dat je het nieuwe vaarbewijs hebt, want het wordt alleen maar duurder. We moeten zorgen dat we zoveel mogelijk mensen in die drie jaar gaan omscholen en we hebben heel veel mensen om te scholen.
We hebben 18 schepen, waarvan 15 door schippers met een Klein vaarbewijs mogen worden bestuurd. ‘We hebben een pool van ongeveer 85 schippers, want je hebt vier of vijf schippers per boot nodig.’

Duizend euro

Wat zijn de kosten voor een opleiding voor het Kwalificatiecertificaat bij BoatAcademy.Com? De ‘fast track’, zoals Jonkman het noemt, waarbij de schipper al minimaal 30 dagen ervaring heeft en alleen examen 3 hoeft te doen, kost momenteel duizend euro. Wat kan Jonkman als reder doen om schippers in de kosten van de opleiding tegemoet te komen? ‘Voor mensen die in loondienst komen bij BoatAmsterdam.Com kunnen we een regeling treffen dat de opleiding door de rederij wordt betaald en dat ze, als ze binnen een bepaalde termijn weggaan, een deel terugbetalen. Voor zzp’ers gaat dat niet, die moeten het echt zelf betalen.’

Bron: een artikel van Heere Heeresma jr. in de Schuttevaer (alleen voor abonnees).
Kopfoto: ©Heere Heeresma jr.