Bewoners Waadhoeke wantrouwig over zoutwinning Waddenzee
De verwachte bodemdaling door het uitbreiden van de zoutwinning op zee schuift verder op richting de zeedijk bij Roptazijl. Volgens zoutbedrijf Frisia blijven de gevolgen voor Harlingen zelf “beperkt”, maar wordt de bodemdalingskom wel groter.
Directeur Bart Hendriks van Frisia gaf daar woensdagavond toelichting op tijdens de eerste raadscommissie in de nieuwe samenstelling. Aanleiding is de aanpassing van het winningsplan.
Nu de gaswinning onder de Waddenzee definitief wordt beëindigd, ontstaat ruimte om de zoutwinning op te schalen. Aan de noordoostzijde van het bestaande winningsgebied worden daarom nieuwe zoutcavernes ontwikkeld.
De zogeheten 2-centimetercontour – een belangrijke grens voor bodemdaling – schuift daarbij iets op richting buurgemeente Waadhoeke en raakt daar nadrukkelijker de dijkzone.
In het diepste punt van de bodemdaling, op zee, kan volgens de huidige prognose uiteindelijk sprake zijn van meer dan anderhalve meter daling. “In het centrum van de kom praten we over circa 160 centimeter”, zei directeur Hendriks. “Maar aan het oppervlak van de Waddenzee zal daar niets van te zien zijn.”
Twijfels over voorspellingen

Raadsleden uitten tijdens de presentatie opnieuw zorgen over de betrouwbaarheid van prognoses. Eerdere zoutwinning onder land bij Wijnaldum leidde tot veel grotere bodemdaling dan vooraf berekend.
Hendriks erkende dat die twijfel “terecht” is, maar stelde dat de situatie inmiddels anders is. “Toen was er nauwelijks kennis van diepe zoutlagen. Nu meten we continu en hebben we veel ervaring met vergelijkbare cavernes.”
Volgens Frisia wordt de bodemdaling voortdurend gemonitord en kan de productie worden aangepast als afwijkingen optreden. Het zogeheten ‘hand aan de kraan’-principe moet voorkomen dat schade ontstaat. Toch bleef scepsis in de raad. Raadslid Lajos van Burik (PvdA-GroenLinks) vroeg zich af wat er gebeurt als opnieuw onverwachte effecten optreden.
Hendriks erkende dat niet alle risico’s volledig zijn uit te sluiten, maar noemde een extreem scenario vrijwel onmogelijk. “Zelfs in een worst case gaat het om enkele centimeters extra bodemdaling in het diepste punt van de caverne.”
Verdeelde regio
Opvallend is dat buurgemeenten Harlingen en Waadhoeke verschillend naar de plannen kijken. Wethouder Paul Schoute bevestigde dat beide gemeenten hierover wel overleg hebben gehad, maar bewust geen gezamenlijke lijn trekken.
“We hebben geconstateerd dat we er net iets anders in zitten”, zei hij. Mede vanwege de verschuiving van bodemdaling richting de zeedijk wil de gemeente Waadhoeke de uitbreiding niet, terwijl Harlingen ruimte laat voor aanpassing van voorwaarden en schadeafspraken. Een van die voorwaarden is het instellen van een omgevingsfonds.
Beide gemeenten trekken dan ook niet gezamenlijk op richting het ministerie. “Maar ja, let’s agree to disagree”, aldus Schoute.
Schadefonds wordt omgevingsfonds
Intussen is er een aanzet gedaan tot het optuigen van een omgevingsfonds. Daarvoor wordt het bestaande schadefonds rond de zoutwinning van Frisia gebruikt.
Om het schadefonds om te vormen tot omgevingsfonds is vorige maand een driemanschap als nieuw bestuur aangesteld.
Volgens de nieuwe voorzitter, Reind Fokkens, is het in 1998 opgerichte fonds slechts één keer gebruikt. Toen werd een uitkering van ruim vier ton gedaan aan Wetterskip Fryslân.
“De kans op nieuwe claims is klein”, aldus Fokkens. “Daarom willen we de middelen doelmatiger inzetten voor de lokale gemeenschap.”
Schadeafhandeling is inmiddels op andere manieren geregeld. Bewoners kunnen terecht bij de landelijke Commissie Mijnbouwschade, terwijl Frisia zelf eerder al aankondigde te willen werken met omgekeerde bewijslast bij mogelijke schade door zoutwinning. Het schadefonds is daarmee feitelijk al jaren overbodig. In de nieuwe opzet kunnen projecten worden ondersteund op cultureel, sociaal, ecologisch of economisch gebied. Voorwaarde is dat die uit de samenleving zelf komen.
Frisia heeft ingestemd met deze koerswijziging. Het bestuur werkt aan nieuwe statuten en wil nog dit jaar een formeel verzoek indienen bij het ministerie om het schadefonds op te heffen en het omgevingsfonds op te richten.
Besluit mogelijk na zomer
Het ministerie van Economische Zaken en Klimaat moet een dezer dagen met een ontwerpbesluit komen. Daaruit zal blijken wat er met de zienswijzen is gedaan. Ligt het ontwerpbesluit er vóór 11 mei, dan kan de gemeenteraad het dossier nog voor de zomer behandelen. Komt het later, dan schuift de besluitvorming waarschijnlijk door naar na het zomerreces.
Het college van B en W bereidt zich voor op dat scenario en overweegt een zogeheten pro-forma zienswijze in te dienen om deadlines niet te missen.
Bron: een artikel van Richard de Boer op Omroep Zilt.
Beeld: Frisia Zout.

