BBZ nieuws

Subsidie voor elektrificatie mogelijk tot 80%

De BBZ meldt dat het ministerie van Infrastructuur en Waterstaat een tijdelijke subsidieregeling voorbereidt voor Nederlandse eigenaren van binnenvaartschepen.  Die geldt voor de aanschaf en installatie van energielijnen op elektriciteit, waterstof of methanol.

Het complete voorstel is hier te lezen.  De hoofdpunten staan hieronder.

Tot en met 3 juni 2026  kan er gereageerd worden op de onderdelen van de ‘Subsidieregeling vroege opschaling energietransitie binnenschepen (TSVOEB) 2026 – 2029’ en de toelichting. Scheepseigenaren kunnen zelf reacties insturen, daarnaast is de BBZ bezig feedback te formuleren.
Heb je tips die we mee moeten nemen in onze reactie, laat dat dan zo snel mogelijk weten aan Cockie Schilperoort van de BBZ.
De planning is dat de subsidieronde het derde kwartaal van dit jaar ingevoerd wordt.

De regeling  in het kort:

Er kan subsidie worden aangevraagd voor:

  1. een elektrische energielijn, die wordt aangedreven door vaste of verwisselbare batterijen;
  2. een elektrische energielijn, gecombineerd met een waterstof-brandstofcel;
  3. een methanol-verbrandingsmotor, die voor minimaal 50% op methanol kan functioneren, uitsluitend bij retrofit;
  4. een waterstof-verbrandingsmotor, die voor minimaal 50% op waterstof kan functioneren;
  5. een hybride-elektrische energielijn, uitsluitend bij retrofit van een klein schip.

De definitie voor een hybride-elektrische energielijn luidt: energielijn bestaande uit een elektrische aandrijflijn die ten minste 50% van het huidig geïnstalleerde of totaal te installeren vermogen kan leveren, en een batterij waarmee ten minste 3 uur op vol elektrisch vermogen emissieloos gevaren kan worden en die opgeladen kan worden aan de wal, eventueel aangevuld met een motor als onderdeel van een generatorset die voldoet aan minimaal emissieklasse Stage V of hoger.
Optie e. is alleen mogelijk voor schepen met CEMT-klasse I tot III (tot 80 meter). Dat is de lengte-klasse waar de meeste charterschepen in kunnen vallen.

Subsidiabele kosten:

  • bij een nieuwbouw project: de meerkosten voor de investering van de nieuwe energielijn, ten opzichte van de kosten voor een conventionele energielijn (=diesel) .
  • bij een retrofit project: de kosten voor de aanschaf en installatie van de nieuwe energielijn aan boord van een bestaand schip.

Onder meerkosten worden ook verstaan noodzakelijke voorzieningen aan boord om de energielijn van energie te kunnen voorzien, waaronder batterijen.

Hoogte subsidie:

Voor kleine ondernemingen (minder dan 50 personeelsleden, minder dan 10 miljoen omzet) ten hoogste 70% van de subsidiabele kosten.
Dit kan oplopen tot 80% als het schip na afronding van het project gekwalificeerd kan worden als emissievrij binnenschip. Een schip krijgt die kwalificatie als het vrij is van CO2 directe (uitlaat-/uitlaatsysteem)emissies.

Per binnenschip bedraagt de subsidie maximaal:

  • € 800.000,- voor een elektrische energielijn of, € 2.500.000,- als de aanschaf of lease van batterijen onderdeel uitmaakt van de aanvraag;
  • € 3.000.000,- voor een elektrische energielijn, gecombineerd met een waterstof-brandstofcel;
  • € 1.500.000,- voor een methanol-verbrandingsmotor;
  • € 1.500.000,- voor een waterstof-verbrandingsmotor;
  • € 500.000,- voor een hybride-elektrische energielijn.

Toekenning

  1. Er wordt gekeken hoeveel maximale CO₂-reductie de energielijn kán opleveren als deze volledig benut wordt, afgezet tegen het bedrag aan subsidie dat wordt gevraagd.
    (Dus: hoeveel CO₂-besparing krijg je per euro subsidie in het meest optimale scenario?)
  2. Er wordt gekeken naar de verwachte werkelijke CO₂-reductie op basis van het voorziene gebruik van de energielijn, in verhouding tot de aangevraagde steun.
    (Dus: hoeveel CO₂-besparing verwacht men daadwerkelijk per euro subsidie?)

Voor beide aspecten zijn punten te behalen. Daarnaast leveren een gedegen berekening, onderbouwing, planning en begroting extra punten op.
Hoe meer punten, hoe meer kans de aanvraag maakt. Bij een gelijk aantal punten wordt geloot

Aanvraag

Per subsidieronde kan een ondernemer een aanvraag doen voor maximaal 3 schepen.

  • Als er subsidie wordt aangevraagd voor optie c, d of e (de opties met een verbrandings-motor) moet de aanvrager motiveren waarom er niet gekozen is voor optie a of b.
  • In de aanvraag moet aangetoond worden dat het schip na afronding van het project als schoon of emissievrij gekwalificeerd kan worden.
  • De definitie voor een schoon passagiersschip luidt: een binnenschip voor passagiersvervoer dat een hybride of dualfuelmotor heeft die voor zijn normale functioneren ten minste 50 % van zijn energie haalt uit brandstof met CO2-vrije directe (uitlaat)emissies of uit plug-in-power.
  • Als er al begonnen is met activiteiten van het project kan er geen subsidie meer worden aangevraagd.
  • Als het aangevraagde subsidiebedrag minder dan € 250.000,- bedraagt kan er geen subsidie worden aangevraagd.

Verplichtingen

De subsidieontvanger is verplicht:

  1. met de uitvoering van het project te starten binnen zes maanden na de subsidieverlening; bij een nieuwbouw project
  2. het project binnen drie jaar na subsidieverlening af te ronden;
  3. bij een retrofit project het project binnen twee jaar na subsidieverlening af te ronden.
  4. Tot vijf jaar na de datum van de beschikking tot subsidievaststelling kan de subsidieontvanger medewerking gevraagd worden om informatie te verstrekken over de mate waarin de gesubsidieerde activiteiten bijdragen aan een emissieloze en klimaatneutrale binnenvaart.

Voorschot

  1. De minister verstrekt een voorschot, verdeeld over de volgende termijnen:
    – 30% bij de subsidieverlening;
    – 50% bij de start van het project.
  2. De minister verstrekt het resterende bedrag bij de vaststelling van de subsidie.
  3. Uitbetaling van het voorschot bedoeld in het eerste lid, onderdeel b, vindt plaats in het kalenderjaar volgend op de subsidieverlening.

—-

Kortom: de focus van de regeling ligt bij elektrificatie. Dat blijkt duidelijk uit het feit dat

  1. het grootste deel van het subsidiebudget gereserveerd is voor elektrische energielijnen in combinatie met batterijen of brandstofcellen,
  2. aanvragers die deze opties aanvragen 10% extra subsidie kunnen krijgen
  3. aanvragers die voor een andere energielijn een aanvraag indienen moeten kunnen onderbouwen dat een elektrische energielijn voor het schip economisch en/of technisch niet haalbaar is. Bij een project dat betrekking heeft op een waterstof- of methanol verbrandingsmotor of hybride energielijn moet deze onderbouwing onderdeel zijn van de aanvraag.

Voor wat extra achtergrond informatie over hybridiseren van de kleine binnenvaart is hier een interessant onderzoek.