Door Schotland via een probleemkanaal
Wie vanwege stormen en stromen de noordkust van Schotland wil ontwijken, kan altijd nog binnendoor via het Caledonisch Kanaal. Het maken daarvan had heel wat voeten in de aarde. In de Schuttevaer neemt Jaap Gestman Geradts een duik in de geschiedenis.
De aanleg van elk kanaal gaat met problemen gepaard, maar het Caledonisch Kanaal krijgt wat dat betreft zeker de hoofdprijs. Het kanaal loopt dwars door Schotland, van het zuidwesten naar het noordoosten. Het is aangelegd op een breuklijn in de aardkorst, die voor de beroemde Lochs heeft gezorgd, waaronder het Loch Ness.
Helaas is deze breuk niet volledig en om hem bevaarbaar te maken moest er worden gegraven. En dat was niet eenvoudig want er waren grote hoogteverschillen te overwinnen, wat heel wat graafwerk en de aanleg van een groot aantal sluizen vereiste.
Werkverschaffing
Onder normale omstandigheden zou men het graven van een dergelijk kanaal waarschijnlijk nooit serieus hebben overwogen, maar er waren twee redenen dit toch te doen. Ten eerste stond Groot-Britannië in die tijd niet op goede voet met Napoleon Bonaparte van Frankrijk. Britse schepen die de Noordzeehavens wilden aanlopen, moesten dit via de smalle straat tussen Dover en Calais doen, een gebied dat door de Franse marine kon worden bewaakt. Het enige alternatief was de lange omvaarroute via de noordelijke Noordzee met haar stormdepressies. En een tweede reden om het kanaal toch te gaan aanleggen was de armoede op het Schotse platteland. Schotland stond oudsher bekend om zijn talloze schapenhoeders, maar de industriële revolutie had ook hier toegeslagen en de schapen werden nu in grote farms gehouden, waarvoor veel minder personeel nodig was. De kanaalaanleg werd dus als een werkverschaffingsproject gezien.
Hoofdpijnproject
Telford was een ingenieur die zijn sporen in de weg- en waterbouw al had verdiend toen hem werd gevraagd een kanaal dwars door Schotland te ontwerpen. Het werd een waar hoofdpijnproject.
Een akte tot aanleg werd in 1803 aangenomen en Thomas Telford werd als ingenieur aangewezen. De sluizen zouden 49 x 12 meter groot worden. Voor kleinere schepen tot 200 ton zouden er parallelle sluisjes worden aangelegd om waterverlies te voorkomen. Dit plan ging meteen al niet door. De marine ging beschikken over over 32-kanons fregatten die sluizen van 52 meter lengte nodig hadden. De secundaire sluizen kwamen daarmee te vervallen. Ook werden de voorgestelde basculebruggen afgewezen vanwege het gevaar voor de hoge masten en vervangen door horizontaal draaiende bruggen. Om toch te bezuinigen, werd voorgesteld de sluizen in groepen aan te leggen. Het leidde tot een sluistrap van acht sluizen met een totaal verval van 20 meter. Dit leverde heel wat puzzelwerk op voor de sluismeester, die het neerwaarts en opwaarts schutten moesten zien te combineren om waterverlies te beperken.
Opvallend slecht werk
Voor de bouw werd speciaal een steengroeve geopend. In 1809 waren er pas drie van de acht sluizen voltooid. Men verwachte dat er snel nog drie zouden bijkomen, maar het bouwen was zwaar werk en de schapenhoeders hadden een alternatief gevonden en trokken naar Ierland om daar te helpen bij de aardappeloogst. De laatste twee sluizen werden pas in 1811 voltooid. Het totale kanaal kon uiteindelijk in 1822 worden geopend. Al snel ontstonden enorme problemen. Er werden rapporten geschreven waarin duidelijk werd gemaakt dat de aannemer ondermaats werk had geleverd en dit voor Telford had weten te verbergen. Het was alsof de aannemer had verwacht dat het kanaal nooit daadwerkelijk in gebruik zou worden genomen. Het steenwerk viel spontaan in het vaarwater en de sluisdeuren van 22 ton per stuk waren moeilijk te repareren als zij werden aangevaren.
Toch voltooid en bruikbaar
Overwogen werd het kanaal maar gewoon buiten gebruik te stellen. Intussen was namelijk al een belangrijke reden om van het kanaal gebruik te maken verdwenen. De verhouding tussen het Verenigd Konkrijk en Frankrijk was verbeterd en de schepen hoefden om deze reden geen gebruik meer te maken van het kanaal.
In 1880 werden desondanks omvangrijke reparaties uitgevoerd, gevolgd door nieuwe reparaties in 1920. In 1929 werd het kanaal nog eens voor drie maanden gesloten toen een visserman door twee sluisdeuren voer, wat een overstroming tot gevolg had. Uiteindelijk werd besloten om tussen 1995 en 2005 de kanaalpanden beurtelings droog te leggen om voor eens en altijd stabiele kademuren te kunnen bouwen. De slappe bodem werd verstevigd en zo werd het na twee eeuwen toch nog een bruikbaar kanaal.
Lees het hele artikel in de Schuttevaer (alleen voor abonnees).
Beeld: VisitScotland, Wikimedia Commons.

