Nieuwe biobrandstof: hoe milieuvriendelijk is bio?
FincoEnergies introduceert een nieuwe biobrandstof: GoodFuels B15. Die bestaat uit 15 procent FAME en 85 procent reguliere (fossiele) diesel. Nog niet goedkoop en overal verkrijgbaar, en niet geschikt voor alle motoren. Hoe bio is bio?
GoodFuels B15 is ontworpen als een betrouwbaar en praktisch “drop-in” alternatief. De brandstof voldoet aan de EN590-dieselnorm, is getest op goede prestaties onder koude omstandigheden en minimaliseert risico’s zoals verstopping of bevriezing. De gebruikte biocomponent is geproduceerd uit afval- en reststromen, waardoor de brandstof geen negatieve effecten heeft op voedselketens of natuurgebieden.
De ontwikkeling is tot stand gekomen in samenwerking met Argent Energy, een producent van biodiesel uit afvalstromen. Door deze samenwerking kon een blend worden ontwikkeld die in de praktijk geschikt is voor de Nederlandse binnenvaart. GoodFuels B15 is inmiddels verkrijgbaar bij diverse bunkerstations, maar alleen als rode diesel; het is dus (nog) niet beschikbaar voor de watersport. Volgens FincoEnergies biedt de brandstof een direct inzetbare manier voor binnenvaartondernemers om hun CO₂-uitstoot te verminderen zonder investeringen in nieuwe motoren of infrastructuur.
Vergelijking
De vraag dringt zich op hoe deze nieuwe brandstof zich verhoudt tot die andere ‘biodiesel’: HVO100. Beide producten worden als biodiesel op de markt gebracht, maar wie de specificaties bestudeert, ziet al snel dat het een beetje appels met peren vergelijken is. HVO100 bestaat voor 100% uit plantaardige oliën of dierlijke vetten en geeft een CO2-reductie van 70 – 90% ten opzichte van fossiele diesel. GoodFuelsB15 is gewone, fossiele diesel, waaraan 15% FAME: vaak koolzaad-, soja- of gebruikt frituurvet is toegevoegd. Het geeft derhalve ook een reductie van – slechts – 15% ten opzichte van gewone diesel. In het geval van GoodFuels B15 wordt expliciet vermeld dat de toevoeging uit afval- of reststromen komt, die het milieu niet extra belasten. Als er apart bijvoorbeeld soja voor moet worden verbouwd, is dat wel belastend voor het milieu.
Nog weinig ‘fame’ voor FAME
De reputatie van FAME is nog omstreden. Het heeft een lager cetaangetal dan fossiele diesel (in het algemeen geldt: hoe hoger het cetaangetal, hoe beter een dieselmotor erop loopt), bij sommige motoren veroorzaakt het een hogere NOx-uitstoot, het is hygroscopisch (wateraantrekkend), is gevoelig voor microbiële groei en heeft een beperkte houdbaarheid van ongeveer zes maanden. Het voornaamste voordeel ten opzichte van HVO100 is dat het goedkoper is. GoodFuels B15 is niet of nauwelijks duurder dan conventionele (rode) diesel, terwijl HVO100 per 100 liter al gauw een tientje tot wel vijftien euro duurder is, afhankelijk van de dagprijs, die nog flink kan fluctueren.
HVO100 is in veel opzichten superieur aan biodiesel met FAME. Het heeft een heel hoog cetaangetal (70-90 vs. ~51 voor diesel), geeft daardoor een stillere en efficiëntere verbranding en een betere koude start. Ook is een lagere NOx-uitstoot mogelijk door schonere verbranding en geeft het een zeer lage uitstoot van fijnstof, roet, CO en koolwaterstoffen. Op kwaliteit en milieubelasting wint HVO100 het dus in alle opzichten van biodiesels met FAME, maar flink duurder is het nog wel.
Kosteneffectieve eerste stap
Op weg naar een werkelijk schone brandstof voor dieselmotoren is de nieuwe GoodFuels B15 dus vooral een kosteneffectieve eerste stap, maar geen definitieve oplossing. Over de vraag of HVO100 dat dan wel is, bestaat overigens ook nog genoeg discussie, want helemaal emissievrij is HVO100 ook niet. Als HVO100 bovendien algemeen zou worden toegepast door de hele keten die van dieselmotoren gebruik maakt, is het zeer de vraag of er zonder andere milieuschade voldoende van geproduceerd kan worden.
Bronnen: FincoEnergies en eigen nieuwsgaring uit diverse datasheets en websites van fabrikanten.
Beeld: Finco Energies

