BBZ nieuws

Nuluren- en min-maxcontracten per 2027 afgeschaft

Vanaf 2027 worden oproepcontracten, zoals nuluren- en min-maxcontracten, afgeschaft. In plaats daarvan komt er een nieuw soort contract: het bandbreedtecontract. De overheid wil hiermee zorgen voor meer zekerheid voor mensen met flexibel werk.

In een bandbreedtecontract worden afspraken gemaakt over het minimale en maximale aantal uren dat iemand werkt, bijvoorbeeld per kwartaal. Dat betekent dat werknemers weten hoeveel uur ze minimaal en maximaal kunnen werken in een periode van drie maanden. Het verschil tussen het minimum en maximum mag niet meer dan 30% zijn. Zo ontstaat er meer duidelijkheid en zekerheid over het werk en het inkomen.

Er gelden ook strengere regels. De afgesproken arbeidsomvang moet altijd schriftelijk worden vastgelegd en mag niet nul zijn. Als een werknemer structureel meer werkt dan afgesproken, kan hij of zij het recht krijgen op meer vaste uren én mogelijk extra loon. Ook geldt dat werknemers minimaal drie uur loon krijgen als ze worden opgeroepen, ook als ze minder werken.

Er blijven wel enkele uitzonderingen bestaan. Jongeren onder de 18 jaar, scholieren en studenten mogen voorlopig nog met een oproepcontract werken, zolang zij bijvoorbeeld kunnen aantonen dat ze nog op school zitten. Ook voor uitzendkrachten in hun eerste werkjaar geldt deze uitzondering.

Voor werkgevers verandert er ook iets. Als ze een bandbreedtecontract aanbieden dat voldoet aan de voorwaarden, mogen ze de lage WW-premie gebruiken. Maar om te voorkomen dat dit financieel te aantrekkelijk wordt, gaat die premie iets omhoog.

Deze veranderingen maken deel uit van de Wet meer zekerheid flexwerkers, die waarschijnlijk op 1 januari 2027 ingaat.