Veiligheid

Platform Veiligheid Chartervaart maakt werk van OVV-aanbevelingen

Tijdens een bijeenkomst op 10 december werd door het Platform Veiligheid Chartervaart (PVC) geïnventariseerd hoe de de ingezette verbeteringen na het rapport van de Onderzoeksraad voor Veiligheid (OVV) blijvend kunnen worden geborgd.

Sinds het OVV-rapport is binnen de chartervaart duidelijk beweging ontstaan. Schippers wisselen vaker kennis uit via trainingen en workshops, nieuwe hulpmiddelen zoals het Tuigboek werden ontwikkeld en worden gebruikt, en er is meer aandacht voor praktische vaardigheden. Tijdens een aantal sessies  is de Risico-Inventarisatie en Evaluatie (RI&E) gebruikt om de risico’s aan boord in kaart te brengen en met elkaar te bespreken. Die sessies zijn een succes gebleken: ze vergroten niet alleen de vakkennis, maar ook het veiligheidsbewustzijn in de sector.
Het Project Veiligheid Voorop van de BBZ gaat in het komende jaar de structuur die de RI&E biedt gebruiken om de risico’s die het werk met zich meebrengt te bespreken. Beheersmaatregelen kunnen, waar dat wenselijk en mogelijk is, worden vastgelegd in branchenormen. In bijeenkomsten voor schippers en bemanningen zal op verschillende plekken verdere verdieping worden gezocht. Er zal ook aandacht zijn voor veiligheidsoefeningen aan boord en structuur aanbrengen in het cursusaanbod.

Geen te gedetailleerde regelgeving

Ook bij keuringsinstanties en overheid zijn veranderingen zichtbaar. Er is beter zicht op certificering, meer overleg met experts en tijdelijk intensievere handhaving. Tegelijk klonk tijdens het overleg de zorg dat deze aandacht kan wegebben als dossiers formeel worden afgesloten. De centrale vraag was daarom: hoe zorgen we dat veiligheid geen project blijft, maar een vast onderdeel van de dagelijkse praktijk?
De deelnemers benadrukten dat goede regels alleen werken als ze worden ondersteund door vakmanschap, onderlinge afspraken en eigenaarschap in de sector. Te gedetailleerde regelgeving kan averechts werken. Daarom werd gepleit voor meer samenwerking tussen keuringsinstanties, betere kennisdeling en ruimte voor vrijwillige instrumenten zoals trainingen, convenanten, branchenormen en transparante vastlegging via RI&E’s.
Vanuit de overheid werd duidelijk gemaakt dat een substantiële herziening van ES-TRIN er per 2027 niet gerealiseerd kan worden. Aan de keuringsinterval en het gebruik van HMPE’s wordt wellicht nog wel iets gedaan. Gemikt wordt nu op de volgende gelegenheid, twee jaar later. Eerder leek er weinig ruimte te zijn voor een belangrijke wens van de BBZ, om bij het beoordelen van de tuigageonderdelen te werken met tabellen die maatwerk mogelijk maken per schip, de zogenaamde directe calculatie, maar tijdens de bijeenkomst werd aangegeven dat dit mogelijk toch verkend gaat worden.

Koplopers en achterblijvers

Een blijvend thema is het onderscheid tussen koplopers en achterblijvers. De meeste bedrijven investeren zichtbaar in onderhoud en kwaliteit, maar er zijn ook zorgen over schepen met wisselende bemanning en minimale betrokkenheid. In plaats van alleen handhaven werd gekeken naar positieve prikkels: belonen van goed gedrag, bijvoorbeeld via verzekeringen, charterkantoren of havens.
Het overleg onderstreepte daarnaast het belang van een gezamenlijke langetermijnvisie. Veiligheid, zo werd benadrukt, kan alleen duurzaam verbeteren als de sector economisch gezond is en zelf de agenda durft te bepalen. Het PVC ziet daarin een duidelijke rol voor zichzelf: als platform waar overheid, keuringsinstanties en sector samen blijven leren, bespreken en bijsturen en inspireren.
De conclusie van de bijeenkomst: de opvolging van de OVV-aanbevelingen is zichtbaar op gang gekomen, maar vraagt blijvende aandacht en betere borging. Niet door steeds meer regels, maar door samenwerking, kennisdeling en het gezamenlijk vasthouden van de ingezette koers.

Bron: Platform Veiligheid Chartervaart